Onze derde fietsdag bracht ons een tripje van bijna 100 kilometer gespreid over een circa 1800 hoogtemeters…
Starten deden we opnieuw in Saint-Jean-du-Gard, een dikke elf kilometer langs een grote weg, maar al bij al vrij rustige weg, bracht ons aan de voet van de eerste col van de dag, de Col de l’Asclier. Met zijn 905 meter voorlopig de hoogste van deze vakantie.
Een mooie col om te beklimmen, smal weggetje zonder verkeer, hier en daar een huisje en hoe langer hoe meer mooie zichten op het dal. In totaal een elftal klimkilometers waarvan vooral de laatste deftig kon tellen. Na een uurtje klimmen bereikten we in steeds dezelfde volgorde de top van de Col de l’Asclier.
Een bij momenten stevige afdaling bracht ons via de Col de Bés en de Col de la Tribale in Saint-André-de-Majencoules…de laatste kilometers van deze afdaling werden gekenmerkt door Franse wegenwerken : losse steentjes en hier en daar wat zand gekapt… Mijn daalcapaciteiten zijn al niet om over naar huis te schrijven zodat ik hier en daar een bocht nam à la Bradley Wiggins in de laatste Giro d’Italia..
Het werd bijna tijd om een plaatsje te zoeken waar we konden eten, het dichtstbijzijnde dorpje bleek Villaraugue te zijn, een dikke tien kilometer verder. Als een volleerd dernybrommerke zette Koen zich op kop en stoof zonder omkijken naar Villaraugue..Jules en ik moesten alle zeilen bijzetten om te kunnen volgen en bereikten min of meer met onze tong tussen het voorwiel dit typische Franse dorp.
Na een lekkere omelet met wilde champignons (écht wild waren ze niet meer, eerder rustig) sprongen we terug de fiets op want er stonden nog enkele beklimmingen te wachten.
De eerste, de Col du Pas, begon 250 meter na onze omelet…en onder een lekker brandende zon !
10 kilometer, alweer over een ongelooflijk rustig smal weggetje draaien en kerend langs de flanken van deze col, door het draaien en keren kregen we ook enkele keren de wind pal op kop hetgeen in een beklimming alvast géén voordeel is…
Moe maar voldaan werd de top van de Col du Pas (833 m) bereikt en wachtte ons dus opnieuw een pittige maar lekker leuke afdaling tot in Les Plantiers. Een min of meer vlakke route bracht ons terug op de grote weg richting Saint-Jean-du-Gard, 14 kilometers verder…MAAR…onze route deed ons nog een omwegje maken richting Col de l’Exil (704 m).
Opnieuw, en dat is het leuke aan de routes door Koen uitgestippeld, een rustig, smal weggetje van waaruit we een 6 kilometer hogerop gelegen dorpje zagen liggen St-Roman-de-Tousque. Helaas was dit dorpje niet de top van de Col de l’Exil…de eerste bocht uit dit dorp lachtte ons met een stijgingspercentage boven de 15% stevig toe (en stevig uit ook !)
Bovengeraakt stond er nog een 17 kilometer lange afdaling langs een stukje Corniche des Cevennes richting thuisbasis te wachten én een kleine beklimming naar de Col de St.Pierre (597 m) die met het verdiende pintje voor de ogen al bij al vrij comfortabel beklommen werd…
Toch alweer een lastige dag achter de rug, de weinige trainingskilometers en het warme weer eisen bij momenten hun tol… Op naar morgen : RUSTDAG !!
dinsdag 18 juni 2013
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
Is het niet zo dat renners beter en beter worden tijdens een ronde ... er is dus nog hoop, als er natuurlijk niet te veel bier gehesen wordt tijden de rustdag!
Morgen nog veel plezier gewenst bij de volgende etappe. De Ronde van de Cevennes.
L.
Een reactie posten