zaterdag 22 juni 2013

Trois héros sur leurs vélos : de laatste dag in de Cevennen

Laatste dagje fietsen in de Cevennen én de zon scheen terug…mooie dag om af te sluiten met de Mont Aigoual, één van de hoogste bergen uit de regio met een hoogte van 1567 meter.

We verplaatsten ons met de wagen naar Le Pompidou om van daaruit eerst 8km af te dalen naar St.-Andre-de-Valborgne, vanuit dit dorpje begon de 28 kilometer (!) lange klim naar de top van de Mont Aigoual..

De eerste tien kilometer stegen met een gemiddelde van 5% zonder echte uitschieters en brachten ons bovenop de Col Salidés op een hoogte van 1014 meter…zowaar twee kilometer dalen nu tot in Gaseiral waar de drie steilste kilometers richting top Mont Aigoual op ons lagen te wachten, drie kilometer pompen en harken maar niet plooien was nu de opdracht. Na deze drie km zitten we iets over halfweg, van een lange klim gesproken !

Tot in Cabrillac kunnen we nu even “genieten” van minder zware kilometers en kunnen dus op krachten komen om de laatse 8 kilometers aan te vatten…de eerste vijf van deze acht zijn nog redelijk hevig met gemiddelde stijgingspercentages van 7%...doch de laatste drie zien we de top verschijnen en is het genieten van de prestatie !

We kunnen echter niet op onze lauweren rusten want de rit stopt niet bovenop de Mont Aigoual, integendeel er moeten nog 50 km afgelegd worden…gelukkig de eerste 25 zijn dalend…

De wind heeft in het begin van deze afdaling vrij spel en het voelt dan ook behoorlijk koud aan..héél koud zelfs ! Koud maar mooi want even voorbij Cabrillac dalen we de Gorges du Trapoul in..smal weggetje maar genieten van de rustige en weidse omgeving.

Na een lange afdaling komen we aan in Vebron, nog 25 kilometer te gaan dus…even voorbij Vebron beginnen we aan de beklimming van de Col de Solpériere…méér dan 400 hoogtemeters stijgen op een 5-tal kilometer, de rekening is rap gemaakt…bijna 10% gemiddeld dus !!

Het is zwaar, de vermoeidheid van een weekje fietsen laat zich nu ook voelen en boven op de Col de Solpériere besluiten Jules en ik om de shortcut richting Le Pompidou (9 km) te nemen terwijl Koen de geplande lus van 10 km over de Col de Faisses en Col du Rey op zijn eentje afwerkt…kan hij de laatste 20 kilometer van de fietsvakantie ééns doorrijden 
Voila…het weekje fietsen in de Cevennen zit er op..een schitterende week op alle gebied…

Trois héros sur leurs vélos : Cevennen - dag 6

Voor onze vijfde fietsdag vertrokken we voor de éérste keer eens niet vanuit Saint-Jean-du-Gard maar maakten we de verplaatsing met de wagen naar Ganges, een 40-tal kilometer verder.

Zelfde weersvoorspelling in onze regio als gisteren dus het regenvestje verdween mee één van de zakken van de fietstrui…voor een tochtje van 92 km over een zestal beklimmingen

Een eerste opwarmer volgde reeds na 5 km net voorbij Sumène, de beentjes wisten onmiddellijk weer wat doen ! Korte afdaling via de hoofdweg en hopla linksaf, smal baantje en klimmen maar richting Roquedur-le-Bas en Roquedur-le-Haut…twee dorpjes bestaande uit één straat.

De volgende klim richting St.Bresson hadden we het vlaggen : regen en onweer deden ons schuilen onder de bomen, gelukkig niet voor erg lang en toen de ergste bui over was, sprongen we terug vol moed op onze tweewielers voor de rest van de beklimming…onze overmoed werd onmiddellijk afgestraft met een nieuwe, hevigere regenbui. We beten door in de hoop op een cafeetje bovenop de top maar St.Bresson is de zoveelste spookstad met enkel een kerk en een gemeentehuis.

Een natte en dus gevaarlijke afdaling bracht ons even voorbij Pommiers naar de beklimming richting Montdardier..beneden de afdaling werd op elkaar gewacht om deze klim samen aan te vatten.

Alsof de regenbuien ons nog geen tijd hadden gekost, reed Jules op dit moment achteraan lek…bandje vervangen en we konden de klim aanvangen…maar…nog geen 20 meter op deze klim was het mijn beurt om lek te rijden..dus zelfde werk : bandje vervangen en dan derde keer goede keer om de klim naar Montdardier te beginnen…

Het was reeds ver over de middag nu en de honger kwam opzetten dus in Montdardier zouden we snel een hapje eten want we moesten nog steeds een 50-tal kilometer afleggen van daaruit…helaas pindakaas…(zelfs geen pindakaas te vinden in Montdardier)..geen eten meer te verkrijgen, enkel een speculaasje bij een jatteke koffie…

Gelukkig was de zon nu toch doorgebroken en konden we genieten van zowel de warme zonnestralen als van het wondermooie natuurgebied Cirque de Navacelles..via een plateau reden we van Montdardier naar Blandas..mooie uitgestrekte bergen en dalen zover het oog kon zien…afdalen richting Navacelles en van daaruit ons opmaken voor de laatste beklimming van deze dag richting St.Maurice-Navacelles..9 kilometer klimmen met de eerste vier à 9% en de volgende twee à 12%, de resterende drie waren zo goed als vlak én op dat moment méér dan welkom !

7 kilometer steil dalen bracht ons in de Gorges-de-la-Vis…alweer een schitterend natuur- en fietsgebied langsheen de rivier Vis. De laatste 18 km richting Ganges werden afgelegd met een snelheid van rond de 30km/u zodat we toch nog op een redelijk deftig uur terug in Ganges aankwamen, waar ons nog een uurtje auto richting Saint-Jean-du-Gard wachtte…

Een bewogen dagje maar alweer ééntje waar we van genoten hebben, morgen de laatste fietsdag met eindelijk de Mont Aigoual !

donderdag 20 juni 2013

Trois héros sur leurs vélos : Cevennen - dag 5

Na de rustdag gisteren stond vandaag de Mont Auigoal op ons programma. Met de top op een hoogte > 1500 meter zou dit tevens de hoogste, en waarschijnlijk, langste beklimming van deze vakantie zijn…

Regen en onweer echter deze ochtend boven Saint-Jean-du-Gard hetgeen ons deed besluiten om de Mont Aigoual voorlopig te cancellen en als alternatief een rustig rit in de buurt te rijden.

Na nog wat getwijfel en getalm vertrokken we dan toch omstreeks 10u voor een ritje voorzien van diverse afsnijmogelijkheden afhankelijk van de weerssituatie
Vertrekken deden we richting Col de St.Pierre (597 m), een klimmetje van gemiddeld een 6% over een lengte van een zevental km. Amper begonnen aan de klim gingen de hemelsluizen open en werd het regenvestje aangetrokken. Man,wat is het hard zweten met zo’n vestje !!

Na deze col reden we nat en koud verder over de Corniche des Cevennes richting col 2 : de Col de l’Exil (704 m), deze col hadden we (net als de Col de St.Pierre) eerder deze week al ‘ns beklommen van de andere zijde…

Ook deze Col de l’Exil werd vlotjes verteerd en dus besloten we van toch maar alweer iets verder te fietsen ondanks het onaangename weer vandaag. Na een warme koffie in ghost town Sainte-Croix-Vallée-Française begonnen we aan de derde beklimming van de dag richting Barre des Cevennes (930 m) Een schitterende klim van 15 kilometer..de regen was ondertussen gaan liggen maar hoe hoger we klommen, hoe meer mist en minder aangename temperaturen.

Barre des Cevennes is nog een grotere spookstad dan Ste.-Croix-enzovoort, niks te zien én dus ook geen mogelijkheid om iets te eten, laat staan om onze bidons bij te vullen.

Na een lange afdaling van ongeveer 28 km bereiken we Ste.Germaine-de-Calberte en vonden we daar alsnog een cafeetje waar we een croque en een cola konden nuttigen.

Koen besloot daar om de (half) voorziene lus op de route nog mee te pakken, Jules en ikzelf waren tevreden om de laatste 25 km naar Saint-Jean-du-Gard te kunnen afleggen.
Deze laatste kilometers konden we afleggen onder een zacht zonnetje hetgeen de natte miserie van de rest van de dag snel deed vergeten…

Wat begon als een rustige rit in de buurt werden uiteindelijk 82 km. en 1400 hoogtemeters… :-)

dinsdag 18 juni 2013

Trois héros sur leurs vélos : Cevennen - dag 4

Onze derde fietsdag bracht ons een tripje van bijna 100 kilometer gespreid over een circa 1800 hoogtemeters…

Starten deden we opnieuw in Saint-Jean-du-Gard, een dikke elf kilometer langs een grote weg, maar al bij al vrij rustige weg, bracht ons aan de voet van de eerste col van de dag, de Col de l’Asclier. Met zijn 905 meter voorlopig de hoogste van deze vakantie.

Een mooie col om te beklimmen, smal weggetje zonder verkeer, hier en daar een huisje en hoe langer hoe meer mooie zichten op het dal. In totaal een elftal klimkilometers waarvan vooral de laatste deftig kon tellen. Na een uurtje klimmen bereikten we in steeds dezelfde volgorde de top van de Col de l’Asclier.

Een bij momenten stevige afdaling bracht ons via de Col de Bés en de Col de la Tribale in Saint-André-de-Majencoules…de laatste kilometers van deze afdaling werden gekenmerkt door Franse wegenwerken : losse steentjes en hier en daar wat zand gekapt… Mijn daalcapaciteiten zijn al niet om over naar huis te schrijven zodat ik hier en daar een bocht nam à la Bradley Wiggins in de laatste Giro d’Italia..

Het werd bijna tijd om een plaatsje te zoeken waar we konden eten, het dichtstbijzijnde dorpje bleek Villaraugue te zijn, een dikke tien kilometer verder. Als een volleerd dernybrommerke zette Koen zich op kop en stoof zonder omkijken naar Villaraugue..Jules en ik moesten alle zeilen bijzetten om te kunnen volgen en bereikten min of meer met onze tong tussen het voorwiel dit typische Franse dorp.

Na een lekkere omelet met wilde champignons (écht wild waren ze niet meer, eerder rustig) sprongen we terug de fiets op want er stonden nog enkele beklimmingen te wachten.

De eerste, de Col du Pas, begon 250 meter na onze omelet…en onder een lekker brandende zon !
10 kilometer, alweer over een ongelooflijk rustig smal weggetje draaien en kerend langs de flanken van deze col, door het draaien en keren kregen we ook enkele keren de wind pal op kop hetgeen in een beklimming alvast géén voordeel is…

Moe maar voldaan werd de top van de Col du Pas (833 m) bereikt en wachtte ons dus opnieuw een pittige maar lekker leuke afdaling tot in Les Plantiers. Een min of meer vlakke route bracht ons terug op de grote weg richting Saint-Jean-du-Gard, 14 kilometers verder…MAAR…onze route deed ons nog een omwegje maken richting Col de l’Exil (704 m).

Opnieuw, en dat is het leuke aan de routes door Koen uitgestippeld, een rustig, smal weggetje van waaruit we een 6 kilometer hogerop gelegen dorpje zagen liggen St-Roman-de-Tousque. Helaas was dit dorpje niet de top van de Col de l’Exil…de eerste bocht uit dit dorp lachtte ons met een stijgingspercentage boven de 15% stevig toe (en stevig uit ook !)

Bovengeraakt stond er nog een 17 kilometer lange afdaling langs een stukje Corniche des Cevennes richting thuisbasis te wachten én een kleine beklimming naar de Col de St.Pierre (597 m) die met het verdiende pintje voor de ogen al bij al vrij comfortabel beklommen werd…

Toch alweer een lastige dag achter de rug, de weinige trainingskilometers en het warme weer eisen bij momenten hun tol… Op naar morgen : RUSTDAG !!

maandag 17 juni 2013

Trois héros sur leurs vélos : Cevennen - dag 3

Tweede fietsdag (verslag volgt snel op dit van dag 1, I know) en er werd gekozen voor een ritje vanuit Saint-Jean-du-Gard (logisch want daar verblijven we) via Sumène en St.Hippolyte terug naar onze thuisbasis…

Een ritje van opnieuw een 87 km maar met iets meer hoogtemeters nl 1700 tegenover 1400 gisteren.

Op de routes door Koen uitgeschreven zouden er zich slechts twee cols op deze route bevinden, nl de Col de Bantarde en de Col de Bane, maar echte profielen van deze cols had hij niet zei hij, later zou duidelijk werden waarom…(grapje hé)

Twee colletjes vandaag slechts…dat was echter een serieuze misrekening want amper Saint-Jean-du-Gard verlaten ging de weg reeds omhoog à rato van 15% en kregen we de eerste onvoorziene col te verwerken, de Col de l’Espeutiéra. Het pas verorberde ontbijt werd danig op de proef gesteld 

Na een korte afdaling werd het tijd voor de “eerste” col van de dag, de Col de Bantarde (624 m), een vrij makkelijk colletje, hoop en al 5% gemiddeld en dus lekker bollend…


Nog wat rustig op en af werk bracht ons in Sumene waar de verrassing van de dag op ons stond te wachten…de Col du Lac richting Cézas…een col van slechts een 5-tal kilometers maar wel met percentages schommelend tussen de 10 à 15%. Gelukkig stond er boven een afrastering of ik had geheid enkele meters lager in de weiden beland…een echte kleine moordcol deze Col du Lac.


Na een lekkere maaltijd in La-Cadière-et-Cambo bereiken we St.Hippolyte-du-Fort, nog een 30-tal kilometers en één beklimming en we zijn terug in Café d’Univers 

Vanuit St.Hippolyte gebeurt de beklimming van de Col de Bane min of meer in drie fases langs Monoblet en St.Felix-de-Paliéres en onder een loden zon bereiken we nog min of meer makkelijk de top van de Col de Bane..van hieruit is het hoofdzakelijk dalen tot in Saint-Jean-du-Gard..

Hetgeen zich aftekende als een makkelijke rit werd uiteindelijk een zware dobber..maar “no pain, no gain…”

Op naar rit 3…

zondag 16 juni 2013

Trois héros sur leurs vélos : Cevennen dag 2

Eerste fietsdag, een inrijritje van 87 km en > 1400 hoogtemeters.

Na een goede nachtrust starten we in Saint-Jean-du-Gard ons eerste tochtje. Vrij snel na het vertrek haspelen we onze eerste col van onze verlof af, de Col d’Uglas (539 m), vijf en een halve kilometer klimmen tegen 6%, normaal “een loper” zou Michel Wuyts zeggen maar als aperitief kon het toch tellen…

Een mooie afdaling brengt ons na een tijdje aan de voet van de Col La Croix des Vents die we slechts voor een deeltje beklimmen omdat we net voorbij Soustelle afdraaien naar de Col de la Baraque (631 m), 8 kilometer klimmen tegen opnieuw een 6% stijgingspercentage. Halverwege de klim vindt Koen het interessant om zijn wijsvinger in zijn voorwiel te draaien met een hoop bloed als gevolg, wat een mens allemaal niet doet om op te vallen :-)

In Branoux-les-Taillades houden we halt voor het middagmaal : een hele Plat du Jour voor 13€ maar we zeggen niet neen natuurlijk, alleen de gratis wijn vervangen we door een colaatje…wie had dat ooit verwacht ?

Na dat copieuze middagmaal wacht ons onverwachts de rest van de Col La Croix des Vents en een lange afdaling naar Alés waar ondergetekende getrakteerd wordt op een bijensteek in zijn hoofd. Gelukkig zonder erg, buiten het uiten van nog meer wartaal valt alles goed mee…

De pijp is ver uit maar gelukkig wachten er ons niet al te veel (klim)kilometers meer en is het aftellen naar de aankomt op het terrasje van Café L’Univers…

Koen heeft nog een verrassing in petto : een binnenwegje richting Saint-Jean-du-Gard…helaas een binnenwegje dat nog klimt tot een percentage van > 20%...ik krijg er zowaar hallucinaties van en zie dingen die er helemaal niet blijken te zijn…

Voila de eerste fietsdag zit er op en wordt na het douchen afgesloten met een pastis en een lekkere maaltijd gevolgd door een al even lekkere pannekoek..

zaterdag 15 juni 2013

Trois héros sur leurs vélos : Cevennen - dag 1

Gepakt en gezakt vertrokken les trois héros rond 4 uur deze nacht richting Cevennen.
Koen achter het stuur, Jules en mezelf nog wat vechtend tegen de slaap…

De grens België-Frankrijk werd vlot genomen…nogal logisch want we hadden “rien à déclaré” !

Goed en vlotjes bollend wordt het tijd om Jacques Dutronc (min of meer) te citeren :
“ Il est 7 heures, Paris s’eveille…. “
“ Il est 8 heures, Paris s’eveille… “
“ Il est 9 heures, Paris s’eveille… “
Twee uur los in de file op de Parijse péripherique…wat moet ‘n mens nog meer hebben…

Na een koffie- en plaspauze wordt de reisweg verdergezet en is het genieten van het mooie franse landschap…

Het vulkanische gebergte van de Auvergne is wondermooi met zicht op de Puy-de-Dome, een klassieker uit het Tour-verleden en skioord Super-Besse waar zich op de top nog steeds sneeuw bevindt…

De laatste 120 km moeten we afleggen op secundaire wegen doch dwars door de Cevennen is het al volop genieten van de omgeving…de weg gaat steeds omhoog, dan weer omlaag, geen enkel vlak stukje valt er te bespeuren…gene kattepis zou Jan Becaus zeggen


Uiteindelijk bereiken we tegen 16u30 ongeveer Saint-Jean-du-Gard waar het welkomstcomité bestaat uit een plaatselijke ouderling met de broek op de knieën…die stond waarschijnlijk al uren op ons te wachten en vond het dan maar passend ons al “moonend” te verwelkomen.

Na inchecken in Hotel Les Bellugues wordt de trip naar de Cevennen al vrij snel bezegeld met een 1664 van Kronenbourg…Schol !!

donderdag 13 juni 2013

Trois héros sur leurs vélos : le jour de gloire...

Morgenvroeg is het zover en vertekken we naar Zuid-Frankrijk om een weekje te fietsen.
Spannend !

Vanavond pak en zak gereedmaken en morgenochtend om 4u vertrekken…

Ik had in een vorige blogpost belooft om nog wat meer info te geven over de Cevennen en omstreken maar ik ga beginnen met iets anders, nl het weerbericht…

Zaterdag en zondag : 31° tot 33°
Maandag tot woensdag : 28° à 29°
Donderdag tot zaterdag : 23° à 25°

Ik vind dat geen slecht vooruitzicht…en jullie ??

Soit..de regio dus :-)

De Cevennen zijn misschien niet zo bekend maar als ik enkele bekende plaatsnamen in de nabije omgeving laat vallen wordt het min of meer duidelijk waar de Cevennen dus juist liggen…het stadje Alés (30 km van onze B&B), de Pont-du-Gard (iets verder,nl een 70 km), de viaduct van Millau, …dus bijna in het echte zuiden van la douce France dus…

De Cevennen zijn een typisch middelgebergte met een vulkanische oorsprong. Graniet en leisteen vormen hier de voornaamste gesteenten. Bergen tot zo'n 1500 meter hoogte, uitgestrekte donkere bossen en slechts hier en daar menselijke bewoning geven de Cevennen een woester en onbewoond landschap…

Eigenlijk vormen de Cevennen een heel merkwaardig stukje Frankrijk met behoorlijk primitieve trekjes. Aan de rand van het gebied zijn nog wel een paar stadjes, maar dieper (en hoger) in de Cevennen is het vrijwel onbewoond. Een paar verspreide gehuchten, eenzame boerderijen en adembenemend veel natuur.

’s Zomers profiteert de Cevennen van het prettige mediterrane klimaat. De zomers zijn betrekkelijk warm, hoewel de temperatuur natuurlijk wel afneemt met de hoogte.

Berucht zijn de af en toe optredende "orages cevenols": plaatselijke regenbuien die in korte tijd een enorme neerslag geven, vaak vergezeld van heftig onweer. Die buien kunnen enkele uren, maar ook enkele dagen duren, blijven vaak op één plaats hangen en zorgen er voor dat de verschillende rivieren die in de Cevennen ontspringen binnen korte tijd enorme hoeveelheden water moeten verwerken. Die zijn dan plotseling niet meer het vriendelijke stroompje, waarin je kunt pootjebaden en spelevaren, maar een woest kolkende, gevaarlijke rivier, die hele bomen, rotsblokken en grote hoeveelheden modder meesleept.
Cevenols, zoals de bewoners van de Cevennen worden genoemd, lijken erg op bewoners van andere bergachtige gebieden: nogal stug en gereserveerd en weinig uitbundig. Je leert ze naar ’t schijnt niet makkelijk kennen. Maar daar zullen de trois héros wel verandering in brengen….le jour de Gloire est arrivée :-) !

donderdag 6 juni 2013

Tene Quod Bene

Nu de grootste schok en verontwaardiging min of meer is gaan liggen, kan ik eindelijk het volgende vertellen :

Het was in 1973, 40 jaar geleden…de datum staat nog op de foto geprint…toen ik poseerde voor het ouderlijke huis in paars-witte outfit…paarse trui, witte broek, paarse kousen, sjaal en witte muts met paarse pompon !

In onze familie zorgde Nonkel Rik er steevast voor dat het Beerschot-virus zo snel mogelijk op alle kinderen werd doorgegeven en zo gebeurde het dat ik in hetzelfde jaar 1973 mijn eerste stappen in het Olympisch Stadion zette…geflankeerd door Nonkel Rik en zijn medecompanen van supportersclub De Bolhoeden, waarvan hij mede-oprichter was…

De Bolhoeden, gekenmerkt door hun ‘Engels’ uiterlijk : strak in het pak en bolhoed met paars-wit lintje…schitterend voor diegenen die ze gekend hebben (vorig seizoen waren er nog steeds 3 originele Bolhoeden aanwezig bij alle thuismatchen trouwens…)

Jarenlang stapte ik alle thuismatchen mee met de Bolhoeden vanuit café De Ton in de Abdijstraat richting stadion of stapte op de bus richting uitwedstrijd…Rocourt, Beringen, Essevee,…overal ben ik geweest…

Ik moet wel een bekentenis maken : in de tijd van de lagere middelbare school dweepte ik ook wel een beetje met Jan Ceulemans, Sterke Jan, die ik als jonge gast in de Mundial ’82-periode via via enkele keren ontmoette…vergeef me

De herinneringen aan Beerschot zijn legio :

* Tomaszewski en Gzil in De Ton als peter(s) van de Bolhoeden,
* de Juan die kwam meesjotte na de training toen we tijdens onze les LO op de Wilrijkse pleinen (op de grasveld vooraan) aan ’t voetballen waren
* Manu Sanon, de eerste neger die ik me uit mijn jeugd herinner..
* Dirk Goossens tegen Standard,
* de Walibi-kangeroe,
* winnen tegen toppers en verliezen tegen Janneke en Mieke,
* tegen Kortrijk in tweede en de afrit Antwerpen zoeken op het rond punt aldaar..terwijl er enkel ne pijl Gent stond..
* Seraing met een overvol Olympisch Stadion
* ergens een match in derde, god-ik-weet-nie-meer-waar, waar de betonnen omheining het begaf bij een zoveelste Beerschot-hoekschop
* 1999
* …

Bij de fusie met Germinal duurde het enkele jaren vooraleer ik terug de weg naar het Kiel vond..kwam ik in het begin sporadisch kijken tegen de toppers…het Beerschot-gevoel kreeg me terug in zijn macht en het aboke volgde snel…

Marc Degryse en zijn afscheidsmatch, Bekerwinst tegen Club, François Sterchele en zijn Luca Toni-handje, “wij zijn niet bang want de Gary is er bij” ,…ook deze periode gaf leuke sportieve momenten weliswaar afgewisseld met typische Beerschot-momenten…maar daarom is het ook Beerschot natuurlijk :-)

Dit jaar ging het steil bergaf…zo steil dat zelf Bradley Wiggins in topdalersvorm zijn ogen zou opentrekken en bilspieren zou dichtknijpen :-) , met het bekende gevolg…play-off 3, degradatie en uiteindelijk failliet !

Wonend in ‘de Boskesstraat’ snuif ik elke dag Beerschot…kijk ik uit de slaapkamer naar buiten zie ik de lichtmasten…ik ben de laatste weken 100x voorbij het stadion gereden in de hoop dat het slechte nieuws slechts een droom was..maar helaas…Beerschot is weg

Beerschot weg ? Neen….Beerschot leeft ! Allez, KFCO Beerschot Wilrijk leeft !

Wat ik nu allemaal meemaak ontroert me meer dan het gehele Beerschot-verleden (en ook al klinkt dit zwaarwichtig, het is zo !) Wat een enthousiasme ! Wat een drive ! Beerschot is (opnieuw) een hype !

Dus : laat ons nu vooral genieten van de voetbalsport op zich, matchke meepikken, pintje met de vrienden en de rest zien wel wel….ook al is’t in 1e provinciale…TENE QUOD BENE

PS : Nu is Nonkel Rik op enkele maanden tijd alles kwijt : in februari overleed zijn echtgenote en enkele weken later verspeelde hij ook zijn tweede grote liefde…den Beerschot, maar ik ga er alles aan doen hem mee te krijgen naar KFCO Beerschot Wilrijk…een thuismatch van paars-wit zonder Nonkel Rik,den Bolhoed (al past die hoed al lang nie meer :-)), langs de lijn kan ik mij nog steeds niet voorstellen…

woensdag 5 juni 2013

Trois héros sur leurs vélos : de Mont Aigoual...

Zoals gisteren in de blogpost over de Cevennen reeds gemeld is één van de bekendste, zoniet de bekendste berg in de regio de Mont Aigoual…

Deze berg speelde de hoofdrol in één van de beste wielerboeken aller tijden, nl. DE RENNER van Tim Krabbé…

Hieronder een bijlage uit wielertijdschrift Grinta, waarbij de redacteur de “Ronde van de Mont Aigoual”, de wedstrijd die Tim Krabbé in De Renner beschrijft, volledig fietst en hierover een fictief verhaal schrijft…veel wielerleesplezier !

Meyrueis, Lozère, 3 juni 2010.
Warm weer maar ook weer niet té warm. Goed, hou ik wel van. De wagen waarmee ik naar hier ben gekomen, bestickerd met
Grinta!, valt op. Ik voel de blikken van de andere deelnemers, mijn concurrenten. Of zouden ze kijken naar de regenboog op mijn trui of broek?
Maakt me niet uit als ze straks op mijn wiel rijden. Ik ken het parcours. Het is selectief genoeg om het verschil te maken. Als je goed bent…

“En, in vorm?” Ik ken die stem. Ik draai me om. Een wat gedrongen kereltje. Een buikje. Het is Karl. Ooit, toen hij nog koerste, was hij nog goed voor zilver op één of ander wereldkampioenschap maar die tijd heeft hij al een poos achter zich gelaten. Toch beschouw ik hem vandaag als een concurrent. Dus op zijn vraag of ik in vorm ben, antwoord ik naast de
kwestie. Ik antwoord ook niet graag op zo’n vraag. Vorm is iets heiligs. Daar spring je niet kwistig mee om. Ook niet verbaal. “Zullen we straks zien”, zeg ik. “Hou Krabbé in de gaten. Hij weet hier elke steen liggen”, fluistert Karl me nog toe vooraleer hij zich naar het tafeltje met het startblad begeeft.

Karl heeft het over Tim Krabbé. Een Hollander. Niet meer van de jongste. Naar verluidt zou hij in deze koers jaren geleden tweede zijn geworden. Geklopt in de sprint door een zekere Reilhan. Kortom: ik moet ‘m in de gaten houden. En het ‘m lastig proberen maken onderweg. Kansen genoeg daartoe. Er wacht ons 137 km. Scherprechter is de Mont Aigoual. Die komt op het eind. Maar vooraf zal er al heel wat slopingswerk zijn gebeurd. Nog een half uur voor de start.

Wat is een wielrenner toch lang bezig met zichzelf. Sokjes, schoentjes, massageolie (ik heb graag een stel glanzende benen), helm, bril, energierepen, een gelletje, bidons prepareren, rugnummer opspelden, … Even mezelf bekijken in de etalage van de ‘boulangerie’. Egotripper. Ik ben klaar, kan eindelijk mijn krabbel op het startblad zetten. Ik zie veel handtekeningen. Hoeveel deelnemers zouden er zijn? Vijf minuten voor de start. Ik kijk om me heen. Er wordt nog even genipt aan bidons, bandenspanning wordt gecheckt, er worden nog enkele plasjes gedaan, mouwtjes worden strak getrokken. Ik kijk naar de benen van mijn concurrenten. Afgetraind met een uitgesproken textuur? Rijkelijk beaderd als een stuk marmer? Of niet?

Vorig jaar zag ik nog een foto van de benen van Lance Armstrong. Indrukwekkend. Zijn kuiten leken wel bezaaid met kleine bergriviertjes zoals je er hier in deze streek zo veel hebt. Bij de grote Fausto Coppi was het net zo. Doch wanneer één bepaalde ader opzwelde, zou dat het teken zijn geweest dat Coppi het lastig kreeg. Dat wist zijn grote rivaal Gino Bartali
maar al te goed, waarop die één van zijn knechten sommeerde de ader van Coppi te observeren. Begon Coppi’s ader te zwellen, dan was dat het sein voor de ‘gregario’ om kopman Gino te waarschuwen. Waarop die dan in de aanval ging. Feit of fictie? Geen idee, da’s net het mooie aan deze koers. “Ik ken dat verhaal”, zegt Dimitri terwijl hij me op de rug tikt. ‘Dimi’
doet vandaag ook mee. Hij is een nostalgicus, houdt van de anekdotiek van het wielrennen. Hij fietst in een retropakje. Hij is een dromer. Fietsen doet hij voor het plezier. Geen haar op zijn hoofd dat eraan denkt om ‘mee te zijn’ in de finale van deze wedstrijd.

Over haar gesproken: hij heeft zijn benen niet geschoren! Wat zegt men ook alweer: je bent pas écht coureur als je je benen hebt geschoren? Of was het als je de Tour de France hebt uitgereden? Hoe dan ook, Dimitri vormt geen bedreiging voor mij, noch voor de overwining. Maar wat kan hij sappig vertellen over de koers. Pang! “Allez, c’est parti!” Het is de burgemeester van Meyrueis die het startschot geeft. Het publiek applaudiseert, moedigt ons aan. Daar houden wielrenners van. Ze geven het niet toe maar toch is het zo. We fietsen de eerste kilometers aan een toeristentempo, langs de Jonte, een zijstroom van de Tarn. Langs het peloton vormt zich een haag rotspartijen. Het is hier mooi. Nu heb ik er nog oog voor, straks niet meer. Zeker niet na de doorkomst in Meyrueis, waar de finale pas echt zal beginnen. Er zijn 1.001 wedstrijdscenario’s mogelijk. Welk wordt het vandaag?

Ik tuur rond in het peloton. Helemaal voorin (maar nooit met de neus in de wind) zit Wouter. Een slimme coureur. Eerst het bord van een ander leegeten, weet je wel. Hij weet hoe de koers in elkaar zit, hem verras je zelden of nooit. Als er nog zoiets bestaat als een ‘patron’ in de koers, dan moet hij het wel zijn. Of hij vandaag meespeelt, kan ik niet inschatten. Bergop is het ooit beter geweest maar met zijn daal- en rouleurcapaciteiten maakt hij veel goed. En als hij ergens zijn zinnen op zet…
Een renner springt weg. Ik kan niet zien wie het is. Het is gissen. Dimitri zou gedemarreerd hebben. Inderdaad, ik herken zijn 'zit' op de fiets. Niet de meest oogstrelende. Heeft te maken met zijn zwakke rug. Het peloton laat begaan. En terecht. Hier wordt de koers immers niet gemaakt. Het is te vroeg. “Nu moet je nog niet ‘mee’ zijn”, bevestigt Sven. ‘Shit, die is er
vandaag ook bij’, flitst door mijn hoofd.

Het parcours is misschien net te zwaar voor hem en maar goed ook. Want als je die meeneemt naar de finish… Ooit werd hij nog nationaal kampioen bij de beloften. Dimitri begint met een minuut voorsprong aan de Causse Méjean, de eerste beklimming van de dag. Hij is een man alleen, beleeft zijn moment de gloire, goed wetend dat het van korte duur zal zijn. Maar daar maalt hij niet om. Er wordt weer gedemarreerd. Het is Geert. Het is niet aan mij om te reageren. Geert en ik hebben immers een geheim pact. Als hij gaat, blijf ik zitten. Als ik weg ben, beschermt hij mijn vlucht. Geen idee of de tegenstand op de hoogte is van onze combine. “Hop, hop, hop!”, wordt er geschreeuwd vanuit de buik van het peloton. Het
is de stem van Wouter. Hij hoopt dat er anderen voor hem de kastanjes uit het vuur halen, lees: de vlucht van Geert neutraliseren. Dat gebeurt niet. Twee renners voorin. Dimitri en, in de achtervolging, Geert.

Eens boven op de Causse Méjean, volgt een lange afdaling tot Meyrueis. Hier zijn vluchters vogels voor de kat. En de
kat is dan het jagende peloton. Een halve minuut hebben ze nog voor het binnenrijden van Meyrueis. De twee zijn intussen samen. Geert op kop, Dimitri klittend aan zijn wiel. In het peloton groeit de nervositeit. Een renner voor mij nipt aan zijn
bidon. Goed idee, denk ik. En ik doe hetzelfde. Al schaam ik me een beetje: ik wil immers niet overkomen als een
navolger. We zijn 67 km ver, ongeveer halverwege. En er is nog niets gebeurd. Het kriebelt. Ook bij mij. De Causse Noir wacht op ons, zes kilometer klimmen.

Aan de finish staat een jongedame, helemaal in het wit gekleed. Ze is mooi. Wow! Het werkt inspirerend. Ik weet het nu zeker: ik val aan. Het is genoeg geweest. Klik, klak. De ketting verspringt naar een kleiner kroontje achteraan. Ik ben weg. Heeft ze het gezien? Heeft ze die machtsontplooiing gezien? Ik ben alleen. Wordt het zo makkelijk vandaag? Een bocht verder zie ik een renner. Dimitri. Geert moet hem gelost hebben. Logisch. Geert is de betere klimmer. En hij kan diep gaan. Héél diep. En hij kickt er nog op ook. Ik flits Dimitri voorbij. Helaas voor hem. Ik kijk op mijn kilometertellertje. 83km ver, begin van de afdaling van de Causse Noir. Situatie: twee leiders, Geert en ikzelf. We verstaan elkaar. Er is geen beter scenario denkbaar.

Te vroeg? Ach, achteraan moeten ze nu harder trappen. Enkele kilometers verderop, net voor het binnenrijden van Trèves, sluiten drie renners aan: Sven, Karl en Wouter. Vijf koplopers in de Ronde van de Mont Aigoual anno 2010. Gaat het tussen die vijf renners voor de zege? Het moet wel. “Komaan mannekes, doorgaan! De Hollander is er niet bij”, snauwt Wouter. Ik
gehoorzaam. Wouter heeft inderdaad een punt: Krabbé is niet mee. Slechte dag allicht. Of de leeftijd die zijn tol begint te eisen. Wanneer het zijn beurt is om over te nemen, knipoogt Sven naar mij. Hij is er dus nog steeds bij. De mentale oorlogsvoering is begonnen, nog lang voor de fysieke strijd is beslecht. Sven meenemen naar de streep is geen optie.

De beklimming naar Camprieu is het voorgeborchte van de Mont Aigoual. Lastig. Geert rijdt een strak tempo. Wouter en Sven beperken zich tot volgen, zijn ook karig met de zweetdruppels. Karl en ik niet. Koersen, verdomme! Liever attractief fietsen en ten onder gaan, dan ‘slepen’ en winnen. Attractief koersen is soms, maar niet altijd, het synoniem van dom koersen. Dat laatste doe je beter niet. Anders wint een wieltjeszuiger de Ronde van de Mont Aigoual. En dat willen we dit monument niet aandoen. Een steil stuk. Wouter ziet ons achterwiel kleiner worden. Ook Karl heeft het moeilijk. Ze lossen. “Vive le vélo!”, hoor ik Karl nog tieren. We zijn nog met z’n drieën. Sven geeft geen krimp. Sterk maar… wacht maar op
de Aigoual. Dit kan niet blijven duren.

De beklimming naar het observatorium is niet van de allerzwaarste maar is er een in schuifjes. Van de Col de la Sereyrède gaat het naar de Col de Prat Peyrot en vervolgens naar de 1.567 meter hoge Aigoual. Daar moet en zal het gebeuren.
Klik, klak. Geert versnelt. Ik blijf zitten om evidente redenen. Eén: er is mijn geheime afspraak met Geert. Twee: Sven is de snelste van ons tweeën. Dat hij het dus maar oplost. Geert wordt kleiner en wij rijden almaar trager. “Awel?”, vraagt Sven. Ik haal mijn schouders op. Hij blijft nu tempo rijden. Geert is nu nog kleiner dan daarnet. Ik heb superbenen maar mag ze niet etaleren. Is de koers verloren?

Klik, klak. Als een deus ex machina knalt een renner ons voorbij. Het is… Krabbé. Als een duiveltje uit een doosje komt hij zich alsnog mengen in de finale van ‘zijn koers’. Is hij een turbodiesel? Heeft hij zijn wedstrijd dan zo goed ingedeeld? Of heeft hij gewoon superbenen maar werd hij daarnet door pech geremd? Geen tijd om te denken. Hij gaat hard. Ik moet mee. Ik doe dat ook. Het doet pijn maar er is geen andere weg wil ik eeuwige roem verwerven in Meyrueis. En wil het meisje in het wit voor me vallen. Pluspunt van de verrijzenis van Krabbé: Sven is gelost. Eén snelle man minder. Krabbé is nu mijn locomotief. Mijn persoonlijk derny naar de top van de Aigoual, op weg naar de koploper. Krabbé zegt niets. Hij vraagt zelfs niet om over te nemen. Ideaal. Het tempo dat hij me oplegt, volstaat overigens. Daar rijdt Geert. We halen hem bij. Hij
kan niet meer aanpikken. “Te veel gegeven”, klinkt het verontschuldigend.

Het gaat nu tussen Krabbé en mezelf. Tussen een wereldkampioen en een Hollander. Een atypische Hollander dan: deze zuigt geen wieltjes. De afdaling naar Meyrueis. Rechts ligt de top van de Perjuret, het zwarte beest van Roger Rivière. In de Tour
de France van 1960 vloog Rivière, de challenger van geletruidrager Gastone Nencini, hier het ravijn in. Zijn loopbaan was voorbij. Deze afdaling tot Meyrueis is allesbehalve technisch. We werken nu goed samen. Ik voel me zegezeker. Ik ben nochtans niet van de snelste. Maar dit oudje moet ik wel aankunnen, denk ik dan. Bordje Meyrueis. We vertragen. Wie zet de
sprint in? Wat is het verstandigst? Wat is het meest efficiënt? Ga ik nu al? Ik stel te veel vragen. Krabbé geeft het antwoord.

Het is nog nauwelijks 200 meter en hij zoeft me voorbij. Ik sta te groot. Ik haal het niet. Of toch. Ja… hij valt stil. Tanden op elkaar, ogen dicht. De ultieme kattensprong… De speaker brult het uit. “C’est Tim Krabbé qui gagne le Tour du Mont Aigoual!” Ik ben tweede. De vloek van de regenboogtrui? Ach, ik heb nog altijd het meisje in het wit. Ik zoek haar.
Ze staat op het podium, ze is vandaag het bloemenmeisje. En ze heeft alleen maar oog voor de Hollandse winnaar,
niet voor mij. Dat is balen. Ik druk Krabbé de hand en hij de mijne. “Goed gereden”, zegt hij. “Jij ook”, stamel ik. “Ik had nochtans kunnen leven met een ander einde voor dit verhaal”, knipoogt hij. Had ik dat vooraf geweten.

dinsdag 4 juni 2013

Trois héros sur leurs vélos….

Nu de temperaturen eindelijk de goede kant uitgaan wordt het tijd voor de officiële opening van de fietsvakantieblogposttitel….

Na mijn maidentrip naar de Dolomieten vorig jaar trekken we dit jaar naar Zuid-Frankrijk en meer bepaald naar de Cevennen, volgende week vrijdag is het reeds zover en gaan we met zijn drieën la douce France onveilig maken…de pastis wacht op ons (en hopelijk ‘le soleil’ ook….)

‘Wa ? De Cevennen ???’, hoor ik jullie vragen… Woar is da ?

Wacht…hier wat uitleg : de Cevennen is een streek en bergketen in het Centraal Massief in het zuiden van Frankrijk en bestaat voor een groot deel uit het departement Lozère en verder uit delen van de departementen Hérault en Gard in de regio Languedoc-Roussillon.

Duidelijk :-) ?



Het belangrijkste natuurgebied in de Cevennen is het Nationaal Park Cévennes, dat met 913 km² het tweede grootste nationale park van Frankrijk is..het omspant 117 gemeenten en de hoogte varieert van 378m tot 1699m..dus het klimwerk is minder hoog dan de Dolomietentoppen van vorig jaar maar zal toch ook niet te verwaarlozen zijn.

In het park bevinden zich oa de Gorges du Tarn en de Gorges de la Jonte, net als de Mont Aigoual (1567 m) en de Mont Lozère (1702 m en de hoogste top in de Cevennen)

De naam 'Gorges du Tarn' verwijst naar de kloof, waar de rivier de Tarn door stroomt. Deze ongeveer 500 meter diep ingesneden kloof is gelegen tussen twee grote droge kalkplateaus of Causses en strekt zich ruim 50 km ver uit tot aan Ispagnac. Doordat de weg door de Gorges du Tarn zowel halverwege de helling als onderin door de kloof loopt (en niet zoals bij veel andere Gorges bovenaan) krijgt de reiziger het gevoel het binnenste van een stenen wereld te betreden, alsof men is 'opgeslokt' door het gebergte, Voortdurend wordt men er met allerlei steile rotswanden en andere steenmassa's geconfronteerd.

De Mont Aigoual ("Regenberg") is een berg van het Massief de l'Aigoual in het departement Lozère in Frankrijk. De naam van de berg is ontleend aan de overvloedige regens die de flanken teisteren. De warme vochtige lucht uit het zuidelijke Rhônedal stijgt op tegen de Cevennen en leidt tot neerslag op de "Regenberg". Boven op de top van de berg (1567 meter hoog) is sinds 1887 een observatorium van de Franse meteologische dienst gevestigd.
Bij gunstige omstandigheden is het uitzicht op de Moint Aigoual weids. Zowel de oostelijke Pyreneeën (199,8 km) als het Pelvouxmassief (238,5 km) zijn dan goed te zien en onder extreem goede omstandigheden is zelfs de Mont Blanc (321,6 km) als een klein karteltje op de horizon te zien. In de Nederlandse (wieler)literatuur geniet de Mont Aigoual bekendheid dankzij het boek De Renner van Tim Krabbé.

Voila, al wat meer info over de streek waar de Saloncoureur zijn tweede fietsvakantie gaat doorbrengen..de komende dagen volgt nog meer info over de Cevennen en natuurlijk over het aftellen naar vrijdag 14 juni…

Nu moet Saloncoureur nog wel een dringend probleem oplossen, nl. het opladen van foto's in mijn blog lukt me niet meer :-( en laat dat nu net belangrijk zijn bij een fietsvakantie-blog...